Rustige boel hier hè?

Het is hier de laatste tijd wel erg rustig. Toch wil ik jullie even laten weten dat ik

  1. nog stééds niet dood ben
  2. redelijk actief ben op twitter, mocht je me missen
  3. Frans aan het leren ben, en zodra de NTI alles eens duidelijk uitlegt gaat het waarschijnlijk ook nog een keer goed 
  4. verslaafd ben aan The Big Bang Theory, en aan Breaking Bad
  5. nog steeds in een bandje zing en dat dat echt heel lekker gaat
  6. blij ben weer in de Achterhoek te wonen want hier zitten toch wel heel veel vrienden
  7. nog steeds blogjes schrijf, namelijk voor Columnisten van Catan. Daar wordt elke dag wat op geschreven en de donderdag is mijn blogdag. Dat wil zeggen dat gisteren weer iets van mij online is gekomen en ik zal hieronder een link plaatsen. Ook hebben we nu een twitter en is de bezetting iets gewijzigd. Wil je af en toe nog iets van me lezen en ook de meningen van de vier anderen lezen, kom eens gezellig langs :)
  8. schijf zeker nog wel eens hier, maar dat staat op dit moment op een erg laag pitje. But *put sunglasses on* I’ll be back.

Mijn stukje op Columnisten van Catan:

Opstaan in het openbaar vervoer?

Sinds ik ben gestopt met mijn studie reis ik niet meer zo vaak met de trein als eerst. Op zich heeft dat zijn voor- en nadelen en ik weet zeker dat jij er ook wel een stuk of vijf kan noemen, maar daar wil ik even niet op ingaan. Ik zit met een dilemma dat eigenlijk overal kan voorkomen, maar dan toch voornamelijk in het openbaar vervoer: opstaan voor een mindervalide.

 In de wachtkamer, bij de bushalte, in de trein: er is plek genoeg voor iedereen totdat er ineens te veel mensen bijkomen. Dan ben jij, als iemand wie veilig een stoeltje heeft kunnen bemachtigen, al snel tevreden met je comfortabele plekje. Maar inderdaad, vanuit je ooghoek zie je een mindervalide persoon jouw richting op komen.

Lees hier de rest >>

Here’s my number, you better call me

Hey, I just met you, and this is crazy! Here’s my number, call me maybe ♪♫

Ten eerste: alsjeblieft, nu heb je ‘m ook in je hoofd. Ik vond ’t eerst een verschrikkelijk nummer. Veel te vrolijk, zo’n happy huppelmeisje, bwuh. Toen zag ik de clip, en vond ‘m iets minder vreselijk. Nu heb ik ‘m zo vaak gehoord dat ik niet anders kan dan gewoon meezingen (hoewel ik de tekst eigenlijk nog steeds niet helemaal ken, en ik vind dat wel een goed teken).

Ik heb ’t helaas nog nooit meegemaakt dat ik een nummer van iemand op ’n papiertje kreeg. Wel vaak zat nummers uitgewisseld met iemand die je net leert kennen, maar daar blijft ’t bij. Ook heb ik zelf nog nooit mijn nummer op een papiertje gekalkt met de tekst ‘bel me’ (ook zonder die tekst heb ik ’t nog nooit gedaan trouwens).

Het lijkt me ook maar een vreemde ervaring. Je krijgt een papiertje met een nummer in je hand gedrukt (of je vindt ’t in je tas, ook leuk), en dan? Eerst blij zijn dat iemand jou zijn/haar nummer heeft gegeven, maar verder? Ja, terugbellen dus. “Hoi, eeehm. Ja, ik kreeg een briefje met dit nummer, dus ik dacht ‘kom, ik bel eens!’ haha ja. Ehm. Dus.” Beetje lullig zou zijn als je zo’n antwoord krijgt: “Oh hai. Eeeeeehm, ben jij dat blonde meisje die ik zag op ’t station, of die met bruine vlechten in de bus op weg naar Appelscha? Oh, je bent geen van beiden? Oh..”

Ik vind ’t maar een vreemd gedoe. Als ik contact zou willen met iemand zou ik gewoon tegen ‘m aan gaan lullen, in plaats van diegene een briefje geven (overigens heb ik een vriend, dus maakt dit voor mij niet veel uit, maar toch). Als je ‘m een briefje geeft zit je vervolgens dagenlang in spanning te wachten tot hij je ein-de-lijk eens opbelt. En natuurlijk is hij je allang vergeten en moet je helemaal uitleggen wie je ook alweer bent.

Zou jij iemand je nummer geven, in de hoop dat hij/zij je óóóóit nog eens belt, maybe?