Riverdance

Jemigchristus wat is WordPress veranderd de afgelopen twee jaar.

Vroeger was alles beter. Nu kan ik ’t ook eens zeggen.

We gaan zoals altijd doen alsof ik niet heel lang ben weggeweest (het feit dat het nu zo’n twee/ofzo jaar was in plaats van drie dagen/weken/maanden (hoera voor structuur hè?) moet de pret niet drukken). Afgesproken? Mooi.

Next.

Ik doorbreek deze blogstilte namelijk voor een belangrijk puntje. Echt hoor, ga er even voor zitten, het is een dingetje. Komt ‘ie.

Ik heb het mezelf meester gemaakt om als de sodemieter naar beneden te rennen via de trap. Want roltrappen zijn voor mietjes en mensen gaan toch nooit aan de kant op dat ding, dus kunnen we maar beter doen alsof we sportief zijn en gewoon lekker ouderwetsch den beenenwagen nemen. Goed, traplopen dus. Daar word je een kei in als je met de trein een aansluiting hebt van 3 minuten, dat kan ik je wel vertellen. Maar voel jij ook wat ik voel als je in sneltreinvaart (ha-ha woordgrapje, lachen jongens) vijftig treden naar beneden snelwandelt?

Riverdance.

Riverdance jongens. Want waar laat je je armen tijdens deze wandelduikvlucht? Gewoon maar naast je lichaam, lijkt me, daar hangen ze immers al jaren en daar doen ze ’t prima. Ook als je voeten in volle tred huphuphuppen van de trap af om je aansluiting te halen, hangen je armen vol languit naast/langs (?) je lichaam. En dat voelt zo:

[hier stond een link naar youtube maar dat werkt niet maar je kan ’t zelf ook wel opzoeken lijkt me, succes he] (Kleine rant tussendoor: HOEZO MOET IK INEENS BETALEN OM YOUTUBE TE LINKEN MET DE BLOG WAT HUH HOEZO WAT IS DIT. Vroeger was echt alles beter. Oké, doorrrrr)

En elke keer denk ik ‘Jeumig kan dit niet anders?’. Maar NEEN. Het kan niet anders. Handjes in de lucht, handjes in de zij, alles is dom en raar en uit balans. Telefoon in je hand (sowieso het ideale voorwerp voor awkward-typetjes die niet weten wat ze met hun ledematen aanmoeten) werkt gewoon niet als je à la Max Verstappen (heuu nieuwsreferentie!) over de treden vliegt. Je ontkomt er niet aan.

Dus doen we maar het enige wat we kunnen doen: omarm de riverdance. Zet een vrolijk deuntje op, maak je klaar en riverdance naar benêe, naar je volgende trein.

Nou, hiervoor heb ik m’n blog dus uit ’t stof getrokken. Graag gedaan.

 

Advertenties

Meelezers in de trein

Daar zit je dan in de trein: eindelijk een fijn plekje gevonden. Koffer voor je benen (jaja, zoveel beenruimte dat er zelfs een koffer bij past!), laptop op schoot (want er was geen uitklaptafeldinges), tas op de stoel naast je, blaadjes her en der verspreid en zo kun je fijn nog even wat huiswerk maken. Zo goed en zo kwaad als dat gaat dan, want je zit natuurlijk nog steeds in een hobbelende wiebeltrein.

En dan wil er iemand náást je zitten. Ziet hij dan niet dat dat dus he-le-maal niet handig is? Zucht. Tas op de grond, en zo goed en zo kwaad als het gaat maar doorwerken. In de hoop dat die vent naast je niet mee gaat kijken op je laptop (als er iéts vervelend is, is het als je het idee krijgt dat er een vreemde zomaar een beetje mee gaat zitten kijken).

Dan zit je dus maar mooi in een awkward situatie. In m’n hoofd herhaalt de mantra ‘ga weg, dit is vast je volgende halte. Nog niet? Shit. Nu dan, stap uit. Ga weheheheheg, zo kan ik geen huiswerk maken en ik zát al niet zo praktisch met m’n laptop maar het ging prima tot dat jij het awkward ging maken aarrggh’

Ik gaf het huiswerk maken na vijf minuten ook maar weer op.

Nog zoiets. Zelfde trein, maar nu de andere kant op. Én ik had een uitklaptafeldinges, dus geen rare situaties met een laptop op schoot. Gaat er weer iemand naast je zitten, maar deze snotneus had het lef om gewoon ongegeneerd mee te lezen op mijn laptop. Waardoor ik dus automatisch al geen letter meer durfde te typen.

Lieve lezers, ga nooit naast een student met een laptop zitten. Al is het maar omdat ze dus ook geen series als Californication of Skins kunnen kijken, omdat daar nu eenmaal tieten en seks in voorkomen en dat is dan nóg meer awkward.

Was sagen Sie?

Ken je dat? Zit je lekker in de trein van je boekje/het uitzicht/de leuke persoon tegenover je/je muziek te genieten, word je bruut verstoord door zo’n buitenlander die in z’n eigen taaltje begint te kakelen. Geërgerd draai je met je ogen; niet wéér zo eentje. En natuurlijk praat er iemand net zo onverstaanbaar terug. En natuurlijk gaat dit allemaal op standje HEEL ERG LUID waardoor iedereen hiervan kan meegenieten. Je zucht nog maar een keer en probeert tevergeefs weer te genieten van waar je dan ook van genoot. Maar dat gekakel blijft de hele reis zitten.

Ik was een paar weken terug in Berlijn. Daar gaat reizen vooral af in de S-bahn (een soort metrotrein door Berlijn heen). Da’s ontzettend handig en ik geef de Berliners dan ook een dikke pluim voor deze ontdekking, want ik had absoluut niet willen fietsen. Maar goed, die S-bahn. Daar stapten we in met ons drieën (dat doe je meestal als je met drie personen bent). En we praatten wat met elkaar. Want ja: die Duitsers verstaan ons toch maar half. En met een beetje mazzel verstaan ze ons gewoon helemaal NIET. Lekker privé dus.

Dus je kletst wat over het uitzicht en over die enge vrouw die gelukkig net is uitgestapt, en je mompelt wat naar elkaar over die man met die hanenkam en dat handtasje. En je hoopt vooral heel hard dat die Duitsers geen flauw idee hebben waar de fuck jij het over hebt.

Het is zó verleidelijk om lekker hardop te praten als je weet dat mensen je toch niet verstaan. Waar het ook over gaat: je gesprek wordt niet afgeluisterd. Zelfs in een volle metrotrein kun je heerlijk privé kletsen in je eigen taal. Ik weet zeker dat jullie dat allemaal doen in ’t buitenland (want duh, als je bijna alleen tack sa mycket, värsagod en jäg taler inte Svenska kan zeggen is ’t gesprek snel voorbij) en geef toe: het is heerlijk. Lullen over die maffe buren naast je, klagen over die etters die tot vier uur ’s nachts muziek draaien en vooral schelden op alles wat in Nederland beter is.

Dus eigenlijk hebben die buitenlanders het nog niet zo slecht bedacht om privé te gaan zitten kletsen in een bomvolle trein. Ik geef ze ontzettend gelijk. En als je zo’n buitenlander bent die dit leest: doe ’t in godsnaam even niet, want je kan ook Nederlands praten en wij irriteren ons dood aan je. Ja sorry, Nederlanders klagen nu eenmaal heul veul.


Een man met een handtasje. Hier ga je vanzelf over roddelen.

Bron plaatje: http://thewashingtonbeltsider.wordpress.com

Pietje

Ik schuil in het hokje op het station. Niet dat het erg hard regent, maar ik heb toch weinig zin om nat te worden. Van regen wordt m’n haar vies en vettig en dan moet ik ’t weer wassen. Dat wasmoment probeer ik zo lang mogelijk uit te stellen, dus blijf ik nog maar even schuilen. Mijn grote koffer vergezelt mijn eenzame buitensluiting.

In de verte zie ik de trein al naderen. Ik heb geen haast, hij is er voorlopig toch nog niet. Achter me, buiten mijn hokje, zit een jongen gefascineerd naar zijn telefoonscherm te kijken. Ik zie nog een paar mensen, maar druk is het hier niet. Het is ook alweer half 7 ’s avonds.

Nu is de trein wel vrij dichtbij. Ik schuif het handvat van m’n koffer uit en trek eraan- en dan zie ik ‘m zitten. Ik noem ‘m Pietje, omdat dat de enige naam is die bij ‘m past. Zo klein. Zo weerbaar. Ik zet een stap richting Pietje, in de wetenschap dat hij weg zal vliegen. Ze vliegen altijd weg. Maar deze niet. Pietje blijft zitten.

Ik buk en steek langzaam m’n vinger naar ‘m uit. Hij ziet ‘t, maar reageert verder niet. Wat is er met dit kleine ding aan de hand? Ik probeer ‘m zachtjes over zijn verendek te aaien, en hij pikt me zelfs niet. Ik pak ‘m op en wil hem de lucht in gooien- maar hij is me voor. En draait zich om en vliegt recht tegen het glazen hok dat mij bescherming tegen de regen bood.

Nu zit hij onder het glas, het vrije stukje van zo’n 4 centimeter tussen het glas en de grond. Ik pak m’n koffer en loop om het hok heen. De trein staat bijna stil. Opnieuw pak ik ’t vogeltje op, om ‘m weg te laten vliegen. Om ‘m vrijheid te geven. Hij spreidt z’n vleugels en schiet onder de trein..